top of page
Zoeken

Neurodiversiteit is geen hype.


Neurodiversiteit is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een veelbesproken onderwerp. Op sociale media verschijnen dagelijks video's over ADHD, autisme en hoogbegaafdheid. Boeken over neurodivergentie staan in de bestsellerlijsten en steeds meer mensen herkennen zichzelf in verhalen die jarenlang nauwelijks aandacht kregen. Die evolutie is waardevol. Ze zorgt ervoor dat thema's waar vroeger veel schaamte rond hing eindelijk bespreekbaar worden. Tegelijk merk ik dat de toenemende aandacht ook vragen oproept. Heeft tegenwoordig werkelijk iedereen een label? Wordt neurodiversiteit niet te snel gebruikt om gedrag te verklaren? En is het ondertussen geen hype geworden?

Het zijn begrijpelijke vragen, maar zoals zo vaak ligt de werkelijkheid minder zwart-wit dan het debat soms doet vermoeden.


Wanneer een diagnose een excuus dreigt te worden

Laat ik beginnen met iets waar ik heel duidelijk over wil zijn. Een diagnose mag nooit een vrijgeleide worden voor gedrag dat anderen schaadt. ADHD verklaart niet waarom iemand respectloos communiceert. Autisme is geen excuus om geen rekening te houden met anderen. Ook hoogbegaafdheid rechtvaardigt geen arrogantie of een gebrek aan zelfreflectie.

Een diagnose kan helpen verklaren waarom bepaalde situaties moeilijker zijn of waarom iemand anders reageert dan verwacht. Ze neemt onze verantwoordelijkheid echter niet weg. Uiteindelijk blijven we allemaal verantwoordelijk voor de manier waarop we met onszelf én met anderen omgaan.

Ik begrijp dan ook dat sommige mensen kritisch worden wanneer ze merken dat neurodiversiteit soms wordt gebruikt als een eenvoudige verklaring voor gedrag dat veel complexer is. Wanneer elk persoonlijkheidskenmerk of elke sociale moeilijkheid meteen een label krijgt, dreigt de betekenis van die labels te vervagen. Dat is jammer, want het doet geen recht aan de mensen die dagelijks de gevolgen van hun neurodivergentie ervaren.


Toch geloof ik dat we nog lang niet iedereen zien

Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat er nog steeds heel wat mensen rondlopen die zichzelf jarenlang proberen te begrijpen zonder ooit een antwoord te krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen.

Lange tijd werd wetenschappelijk onderzoek naar ADHD en autisme voornamelijk uitgevoerd bij jongens en mannen. De diagnostische criteria die vandaag nog vaak gebruikt worden, zijn daardoor grotendeels gebaseerd op hoe neurodiversiteit zich bij hen uit. Vrouwen ontwikkelen echter vaak andere strategieën om met hun uitdagingen om te gaan. Ze leren zich aanpassen, observeren hun omgeving nauwkeurig en proberen zo goed mogelijk te voldoen aan wat van hen verwacht wordt.

Daardoor vallen ze minder op. Niet omdat hun neurodivergentie minder aanwezig is, maar omdat ze er bijzonder goed in worden om die te verbergen.


Hoogfunctioneren kan veel maskeren

Een succesvolle carrière, een druk gezinsleven of een goed georganiseerde agenda sluiten neurodiversiteit niet uit. Integendeel. Veel vrouwen ontwikkelen indrukwekkende compensatiestrategieën waardoor ze ogenschijnlijk moeiteloos blijven functioneren.

Ze bereiden gesprekken zorgvuldig voor, controleren alles meerdere keren, werken harder dan nodig en compenseren hun moeilijkheden met structuur, perfectionisme en een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Voor de buitenwereld lijken ze georganiseerd en stressbestendig. Vanbinnen ervaren ze echter vaak een voortdurende mentale inspanning die nauwelijks zichtbaar is.

Juist dat hoogfunctioneren maakt een diagnose soms moeilijk. Omdat iemand blijft presteren, gaat de omgeving ervan uit dat er niets aan de hand is. En vaak gelooft die persoon dat zelf ook. Tot de dag waarop de energie om te blijven compenseren simpelweg op is.


Waarom zoveel vrouwen pas later een diagnose krijgen

Bij veel vrouwen verloopt het proces daarom anders dan bij mannen. Ze zoeken niet meteen hulp omdat ze vermoeden dat ze ADHD of autisme hebben. Ze melden zich eerder aan met klachten zoals chronische vermoeidheid, burn-out, angst, depressieve gevoelens of het voortdurende gevoel dat ze tekortschieten.

Pas wanneer iemand verder kijkt dan de symptomen, ontstaat soms het besef dat er al veel langer een onderliggende verklaring aanwezig was. Een diagnose verandert dan niets aan wie iemand is. Ze geeft vooral woorden aan ervaringen die jarenlang moeilijk te begrijpen waren.

Voor veel vrouwen brengt dat geen opluchting omdat ze eindelijk "een label" hebben, maar omdat ze eindelijk begrijpen waarom sommige dingen altijd zoveel meer energie hebben gekost dan bij anderen.


Masking: wanneer aanpassen een tweede natuur wordt

Een begrip dat steeds vaker terugkomt in onderzoek en in gesprekken met vrouwen is masking. Daarmee bedoelen we het bewust of onbewust aanpassen van gedrag om beter aan te sluiten bij de verwachtingen van de omgeving.

Dat kan betekenen dat je sociale situaties voortdurend analyseert, emoties onderdrukt, gesprekken vooraf oefent of jezelf dwingt om op een bepaalde manier te reageren omdat je geleerd hebt dat dit sociaal wenselijk is. Veel vrouwen doen dit al zo lang dat ze nauwelijks nog beseffen hoeveel energie het kost.

Masking is geen bewuste keuze om iemand anders te zijn. Het is vaak een strategie die ontstaat vanuit de behoefte om erbij te horen, niet op te vallen of kritiek te vermijden. Die strategie kan jarenlang goed werken, maar vraagt tegelijk zoveel mentale energie dat veel vrouwen uiteindelijk vastlopen.


Minder discussiëren over labels, meer aandacht voor mensen

De vraag of neurodiversiteit een hype is, vind ik daarom eigenlijk minder interessant dan de vraag hoe we beter kunnen leren kijken naar mensen. Natuurlijk bestaat het risico dat begrippen verkeerd gebruikt worden of dat diagnoses soms te snel worden geïnterpreteerd. Dat betekent echter niet dat neurodiversiteit zelf een modeverschijnsel is.

Wat wél veranderd is, is onze kennis. We begrijpen vandaag beter hoe verschillend breinen kunnen functioneren en we herkennen patronen die vroeger eenvoudigweg over het hoofd werden gezien. Dat betekent niet dat er plots meer neurodivergente mensen zijn. Het betekent vooral dat we beter leren kijken.


Tot slot

Voor mij gaat neurodiversiteit uiteindelijk niet over labels. Het gaat over begrip. Begrip voor het feit dat niet elk brein informatie op dezelfde manier verwerkt, dat niet iedereen evenveel energie haalt uit dezelfde omgeving en dat succesvol functioneren niet noodzakelijk betekent dat iets moeiteloos verloopt.

Misschien moeten we daarom stoppen met de vraag of neurodiversiteit "echt" is of "te populair" geworden is. Misschien is de veel belangrijkere vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen zichzelf beter leren begrijpen, zonder hen te reduceren tot een diagnose.

Want uiteindelijk is een label nooit het eindpunt van een verhaal. Het is hoogstens het begin van meer inzicht, meer mildheid en meer ruimte om jezelf te mogen zijn.


💭 Reflectievraag

Heb je jezelf ooit verteld dat je gewoon wat harder je best moest doen? En wat als het probleem nooit een gebrek aan inzet was, maar wel jarenlang proberen functioneren op een manier die niet aansluit bij hoe jouw brein werkt?

 
 

Contacteer Mij

Geen fan van contactformulieren? Ik ook niet.

Maar ze zijn nu eenmaal handig. Heb je een vraag, een idee of denk je: "Misschien moeten we eens koffie drinken?" Laat hieronder een bericht achter. Ik antwoord persoonlijk.  En nee, je komt niet terecht in een automatische mailflow waar je eerst zes nieuwsbrieven krijgt voordat iemand reageert.

+32 494 08 00 48
  • White Instagram Icon

© 2026 by Kim Vander Stuyft

bottom of page